De bijzondere polder tussen Oss en Den Bosch is niet geschikt voor een grootschalig windturbinepark

Nu hoor ik je afvragen ‘bijzonder’? Het is toch gewoon een vlakke, Hollandse polder met weilanden en akkers, bevolkt door boeren? Zo’n groot gebied is toch prima geschikt voor een groot aantal windturbines? Niets is minder waar. De polder tussen Oss en Den Bosch is bijzonderder dan je denkt. De polder is vooral van cultuurhistorisch belang, biedt prachtige ‘natuur’ en kent weidse uitzichten.

Met de komst van de grootschalige windturbineparken in het Bossche- en Osse deel zetten we schoonheid van de polder op het spel. In dit artikel vertellen we jullie meer over eendenkooien, broekbossen, plas- & drasgebieden, cultuur(historische) landschappen en de Zuiderwaterlinie.

Polder met cultuurhistorisch belang

Voor een belangrijk deel is de polder tussen Den Bosch en Oss – we hebben het dan over de Rosmalense-, Lithse- en Geffense polders – van cultuurhistorisch belang. Laat we eerst het begrip cultuurhistorisch verklaren. Wikipedia schiet ons te hulp: cultuurhistorie is een bredere term voor de combinatie van een aantal ruimtelijke wetenschappen, met onder andere archeologie, historische geografie, bouwhistorie en historische ecologie. Samengevat zouden we kunnen zeggen dat het gebied van historisch belang is.

Iedereen heeft weleens gehoord van de Hollandse waterlinie, maar de Zuiderwaterlinie is minder bekend. Het Brabantse landschap zit vol met sporen die verwijzen naar de tijd dat Brabant diende als militaire buffer voor Holland. De Zuiderwaterlinie ligt ingeklemd tussen de Zeeuwse Staats Spaanse Linie en de IJssellinie

Afbeelding van de Zuiderwaterlinie, bron: Zuiderwaterlinie inspiratieatlas, in 2016 uitgegeven door de Provincie Noord-Brabant, Studio Marco Vermeulen) – klik op afbeelding voor vergroting

Een groot deel van de polder tussen Oss en Den Bosch maakt deel uit van deze Zuiderwaterlinie, die zijn oorsprong vindt rond 1700. Het was de grote vestingbouwer Menno van Coehoorn (1641-1704) die rond 1700 de blauwdruk ontwierp voor de Zuiderwaterlinie die Holland tegen de Fransen moest beschermen. De linie verbond afzonderlijke vestingsteden en andere verdedigingswerken in Brabant met elkaar en Coehoorn versterkte deze bestaande verdedigingswerken met nieuwe onderdelen.

De Zuiderwaterlinie is de oudste, langste en meest benutte waterlinie van Nederland. In de Zuiderwaterlinie inspiratieatlas lezen we: de linie is niet alleen belangrijk militair erfgoed maar ook een culturele grens tussen noord en zuid, rooms-katholiek en protestant, zand en klei, de harde en de zachte ‘g’. De polder tussen Den Bosch en Oss bestond vooral uit zogeheten inundatievlakken, gebieden die als onderdeel van de verdediging of aanval opzettelijk onder water konden worden gezet.

Watermanagement avant le lettre

Al sinds de Middeleeuwen speelt water in de polder een belangrijke rol. Omdat men vroeger dijkdoorbraken niet goed kon voorkomen creëerde men overstromingsgebieden op bepaalde gunstige plaatsen. Mocht er een dijk doorbreken dan kon men het water om leiden naar gebieden buiten de stad, zodat het bewoonde gebied niet onder water kwam te staan

Om de wateroverlast in de komgebieden tegen te gaan zijn grote weteringen aangelegd, zoals de Hertogswetering. Deze wetering is in het begin van de 14e eeuw, waarschijnlijk tussen 1300 en 1310, gegraven in een oude droge bedding van de Maas, bekend onder de naam Beersche Maas. Tegenwoordig heeft de Hertogswetering ook de functie van ecologische verbindingszone voor weide- en moerasdieren (das, moerasvogels, amfibieën en dagvlinders )tussen het platteland van de gemeente Grave in het oosten en van de gemeente ‘s-Hertogenbosch in het westen. De Hertogswetering ligt aan de noordzijde van de Rosmalense polder waar Windpark Den Bosch gerealiseerd moet worden; een windpark van circa 1.000 voetbalvelden groot.

De strijd tegen het water en de voortdurend terugkerende overstromingen van de Beerse Maas hebben de inrichting en het gebruik van het gebied bepaald. De polder heeft volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart een grote cultuurhistorische betekenis doordat de strijd tegen het water zich nog zo goed in het huidige landschap laat herkennen.

Voor de Hertogswetering en Roode Wetering heeft het Waterschap Aa en Maas op 12 oktober 2018 een projectplan integrale aanpak vastgesteld. Wanneer dit plan is gerealiseerd, betekent dit dat deze weteringen een onderdeel worden van de ecologische hoofdstructuur. Hier mag dus niet gebouwd worden. Als er toch gebouwd wordt (bijvoorbeeld windturbines), dan zullen deze minstens op een afstand van 150 meter geplaatst moeten worden van de ecologische hoofdstructuur.

Eendenkooien

In de polder tussen Oss en Den Bosch liggen drie eendenkooien: de Lithse-, Kesselse- en Marense eendenkooi. De Marense eendenkooi is eigendom van Het Waterschap Aa en Maas. De Lithse- en Kesselse eendenkooi maken deel uit van natuurreservaat De Lithse Kooi van Staatsbosbeheer. Het natuurgebied is 88 ha groot en tegenwoordig een broedgebied voor vogels, zoals zomertaling, slobeend, grutto, tureluur, grasmus en rietzanger.

Een eendenkooi is een typische uitvinding uit de Lage Landen – uit de tijd dat er nog geen jachtgeweren bestonden – om watervogels zoals eenden en ganzen groepsgewijs te vangen voor consumptie. Tegenwoordig is de vangst gericht op het ringen van eenden voor onderzoek. In 2019 telde Nederland 118 eendenkooien, waarvan twaalf in Noord-Brabant.

De eendenkooien in de polder zijn eeuwenoud en maken deel uit van Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Het Natuurnetwerk Brabant moet in 2027 gereed zijn. De provincie stimuleert belanghebbenden en belangstellenden om op die plekken waar het Natuurnetwerk nog niet verbonden is, nieuwe natuur aan te leggen. De provincie heeft EUR 240 miljoen gereserveerd voor het NNB.

In de nieuwe Wet natuurbescherming wordt het omliggende gebied van een eendenkooi wettelijk beschermd tegen rustverstorende activiteiten. Deze bescherming vloeit voort uit het aloude afpalingsrecht. In een gebiedscirkel met als middelpunt het midden van de kooiplas en een straal van 753 meter mag niemand de rust verstoren.. Dit wordt in het landschap aangegeven door middel van palen met oranje bordjes van Staatsbosbeheer. In principe is dit verboden gebied voor iedereen.

Broekbos

In de Rosmalense polder ligt een zogeheten broekbos. Ook deze maakt deel uit van het Natuurnetwerk Brabant. Het is een type bos dat voorkomt op matig nat tot matig droge, vrij voedselrijke kleiige tot zandige bodems. Broekbossen komen van oudsher veel voor in drassige lage landen, zogenaamde broeklanden. Vlakbij ’t Wild ligt ook nog een broekbos met wilgengrienden eromheen.

Afbeelding van de een deel van de Rosmalense polder met de lokatie van het broekbos – klik op afbeelding voorvergroting

Plas- & drasgebieden

De polder tussen Oss en Den Bosch is een belangrijk leefgebied voor weidevogels, zoals de grutto, kievit, wulp en tureluur. Er zijn de laatste jaren diverse maatregelen genomen door agrariërs, vrijwillige weidevogelbeschermers en Agrarische natuurverenigingen (ANV’s) met als doel de vogelstand te verbeteren. Zo worden sommige percelen waar vogels broeden later gemaaid, worden er kruidenrijke percelen gecreëerd en worden er zogeheten plas- & drasgebieden gerealiseerd. Voor diverse maatregelen zijn er subsidies beschikbaar vanuit de overheid.

Plas- & drasgebieden dragen bij aan de vernatting agrarische percelen. De gebieden ontstaan door lage delen van april tot augustus of soms het hele jaar onder water te laten staan of onder water te zetten. In het voorjaar fungeren de plas- & drasgebieden als verzamelplekken van waaruit de weidevogels hun territoria betrekken. De vogels kunnen er veilig rusten en foerageren. Tijdens het broedseizoen zijn de randen belangrijk opgroeigebied voor o.a. kievit- en tureluurkuikens. Na afloop van het broedseizoen foerageren jonge en volwassen steltlopers in de plas-en drasgebieden (o.a. op muggenlarven) om zich voor te bereiden op de trek.

In de Marense polder, bij de Marense Eendenkooi, is 5 jaar geleden met een subsidie van circa EUR 45.000,- door Natuurmonumenten, het Brabants Landschap en gemeente Oss een plas- dras-situatie gecreëerd. Door de positieve ontwikkelingen op de weidevogelstand zijn er in de jaren daarna meerder plas- & drasgebieden ingericht. De komst van een grootschalig windturbine zal ongetwijfeld een negatief effect hebben op de vogelstand, waarmee de investeringen van de afgelopen jaren teniet worden gedaan.

Het toeval wil dat twee initiatiefnemers van Windpark Den Bosch in de Rosmalense polder – Van Pinxteren en Van Nistelrooij – in 2013 betrokken waren bij de proef ‘Vernatting Beerse Overlaet’ (zie voor meer info over die proef hier.) Plas- en drasgebieden moeten ver van verstoringsbronnen als wegen, paden en bomen gerealiseerd worden en zeker niet in de buurt van windturbines.

Aanbevelingen van natuurorganisaties

We hebben begrepen dat een aantal natuurorganisatie, waaronder Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, Natuurmonumenten, de Brabantse Milieufederatie zijn geraadpleegd over het windmolenproject. Zij hebben een gezamenlijke visie op duurzame energie in het buitengebied opgesteld en doen vier aanbevelingen ten aanzien van de energietransitie.

  1. Fors verhogen van de energiebesparingsdoelstellingen in de provincie Noord-Brabant van 15% naar 50%;
  2. Goed scannen van het zoekgebied voor windturbines op geschikte locaties, die mogelijk tot op heden over het hoofd gezien zijn en waarvoor draagvlak te vinden is;
  3. Zo spoedig mogelijk een provinciale kaart maken waarop duidelijk wordt waar de waardevolle (kleinschalige cultuur-)landschappen liggen en waar windturbines wel en niet gewenst zijn;
  4. Inzetten op een brede mix van inpasbare verduurzamingsmaatregelen.

Daarnaast heeft een groot aantal organisaties* onlangs een manifest gestuurd naar de lijsttrekkers van de Provinciale staten. Het manifest is een oproep voor een gezamenlijke, gebiedsgerichte aanpak van de transities van landbouw, natuur, klimaat en energie. De terreinbeherende organisaties onderzoeken op hun eigen terrein vóór 2020 welke locaties geschikt zijn om energie te winnen. Het kan bijvoorbeeld gaan om de realisatie van windmolens op plekken langs infrastructuur waar de publieke natuurbeheerders grondbezit hebben. De organisaties geven aan dat daarbij aandacht nodig is voor bescherming van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Ook vragen ze de provincie om eenduidige randvoorwaarden op te stellen voor de vergunningverlening bij duurzame energieprojecten, zodat voor iedereen een gelijk speelveld ontstaat en cowboys buiten de deur worden gehouden.

Laat de polder in belangrijke mate de polder

We begonnen het artikel met de constatering dat de polder tussen Oss en Den Bosch bijzonderder is dan je denkt. De polder is vooral van cultuurhistorisch belang, biedt prachtige ‘natuur’ en kent weidse uitzichten. We hopen dat je na het lezen van dit artikel met ons eens bent en dat de polder tussen Oss en Den Bosch in het algemeen en de Rosmalense polder in het bijzonder niet geschikt is voor een grootschalig windturbinepark. Laten we de schoonheid van de polder niet op het spel zetten.

Photo credits: foto met zonsopkomst, genomen vanaf de Tweede Hoefsteeg in de Rosmalense polder, Pascal Spelier

*) Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO), Brabants Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabantse Waterschappen, Brabantse Milieufederatie (BMF), Brabants Particulier Grondbezit (BPG), vijf grote Brabantse gemeenten (B5) en VNO-NCW.